KOOLKWEEKBEGRENZING (column)

Al jaren kweken mijn collega volkstuinders steeds meer kool: rode kool, witte kool, groene kool, boerenkool, savooiekool, apekool en zo meer. Dat was het volkstuin-bestuur eindelijk opgevallen. Vorig jaar, in een beperkte bestuursvergadering, werd deze uitwas door voorzitter Jan Pieter Paalkop ter discussie gesteld. In de vervolgens oververhitte vergadering werd besloten dat de kolenteelt gereduceerd en derhalve gereguleerd moest worden. Het areaal van het jaar 1990 zou normerend zijn. Dientengevolge kreeg iedere volkstuinier voor 2008 een maximum aan kool-kweekrechten. Die maatregel zou uiteindelijk een kool-aanplantbeperking van 30% moeten opleveren.

Om de geregelde gravers te attenderen op de gerezen problematiek ontvingen ze gratis diverse zakjes kolenzaad van ZaadCom. Het gevolg van deze gulle gift was echter dat er dát jaar bijzonder veel kolen groeien. Als kool: een enorme kolenberg.

Gisteren werd me onderhands ingefluisterd, dat er voor volgend jaar een koolkweek-beperking van maar liefst 50% zal worden opgelegd om de norm-doelstelling tóch te kunnen halen. En als maatregel: degenen die meer kool willen kweken dan hun quotum, moeten daarvoor dokken en dat zij die minder gaan telen hoeven dan minder tuinhuur te betalen.

Het volkstuinbestuur denkt verder, dat het een goed idee zou zijn om de ongebruikte waterputten op het volkstuincomplex vol te gooien met overtollige kolen. Zo van: als de kolen verdronken zijn wordt de put gedempt. Dat lijkt mij geen blijvertje en milieu-technisch gezien geen hoogstandje.

Collega Barend Recht werd nog door Lobby Lubbers, handelsreiziger van ZaadCom, benaderd om zijn gas(t)vrije schuurtje voor koolopslag ter beschikking te stellen. Ook die berging lijkt mij hooguit een beetje tijdwinst op te leveren. Want intussen blijven de kolen alsmaar groeien en groeien. En vol is vol.
Een feit is wel, dat op dit moment mijn medetuiniers nog steeds tegen hun aangroeiende kolenhopen aankijken. In de middeleeuwen werden (om de vijand te verschrikken) die dikke ronde kolen soms gebruikt in plaats van gietijzeren kanonskogels. Ook nog om belagers te laten merken dat er geen gebrek aan voedsel was. Een andere (verouderde) optie om kool tijdelijk kwijt te raken is het opzouten ervan. Maar moderne flatwoningen bieden geen geschikte plaats voor een gistend vat zuurkool. Want: wat in het vat zit verzuurt wel degelijk. En het stinkt.

Zelf kook ik nogal graag en ben best bereid om af en toe een kooltje te stoven. Maar ik heb wél een hekel aan kool. Consumptie ervan doet m’n ingewanden borrelen. De darmen van de meeste mensen trouwens. Ontstaan er bij het koken al stinkende koolkookdampen, de later opkomende klimaatverpestende kooldarmgassen zijn nog veel erger: je kunt er een ziekte van oplopen. Op de tuin hebben de volkstuiniers al geregeld dat hun gezellige koffiepauzes voortaan worden gehouden in de demon-stratiekas bij de Shell’s Angles aan de Vierwindenweg. Van hun scheten en boeren (na overvloedige koolmaaltijden) groeien zelfs de tomaatjes als kool. En dát is wel weer tuinierswinst.                                                                                                       Anna Liese

Voor heel veel info over CO2 opslag, zie: http://co2opslag.wordpress.com/

Dit bericht werd geplaatst in column en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.